BWBR0002458
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 25a
Alcoholwet
1. Bij gemeentelijke verordening kan het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank in inrichtingen worden verboden of aan beperkingen worden onderworpen.
2. Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:
a. het verbod slechts geldt voor inrichtingen van een bij die verordening aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente of voor een bij die verordening aangewezen tijdsruimte;
b. de burgemeester volgens bij die verordening te stellen regels voorschriften aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 kan verbinden en de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
3. Onverminderd artikel 10, tweede en derde lid, kunnen bij gemeentelijke verordening als bedoeld in het eerste lid, aanvullend aan hetgeen is geregeld bij of krachtens artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingsweteisen worden gesteld aan de minimumvloeroppervlakte van een slijtlokaliteit of horecalokaliteit.
2. Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:
a. het verbod slechts geldt voor inrichtingen van een bij die verordening aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente of voor een bij die verordening aangewezen tijdsruimte;
b. de burgemeester volgens bij die verordening te stellen regels voorschriften aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 kan verbinden en de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
3. Onverminderd artikel 10, tweede en derde lid, kunnen bij gemeentelijke verordening als bedoeld in het eerste lid, aanvullend aan hetgeen is geregeld bij of krachtens artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingsweteisen worden gesteld aan de minimumvloeroppervlakte van een slijtlokaliteit of horecalokaliteit.