BWBR0002456
Geldig vanaf 1962-01-01
Artikel 4
Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer
1. De bezoldiging van de president van de Algemene Rekenkamer wordt bepaald op € 10.123,39 per maand, die van de overige leden in gewone dienst op € 8919,86 per maand.
2. Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
3. Na het overlijden van de president of van een ander lid in gewone dienst wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
2. Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
3. Na het overlijden van de president of van een ander lid in gewone dienst wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.