BWBR0002412
Geldig vanaf 1963-08-01
Artikel 10
Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag
1. De Nederlandse ambtenaren in vaste en in tijdelijke dienst van de drostambten Elten en Tudderen en de met hen naar het oordeel van Onze Minister van Binnenlandse Zaken gelijk te stellen personen, die op de dag, voorafgaande aan die van inwerkingtreding van het Grensverdrag in de drostambten Elten en Tudderen werkzaam waren, worden geacht met ingang van die inwerkingtreding eervol uit hun ambt te zijn ontslagen.
2. Aan de landdrosten van Elten en van Tudderen en aan de in het eerste lid bedoelde personen wordt, ten laste van Hoofdstuk VII A der rijksbegroting, wachtgeld toegekend overeenkomstig de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. De toekenning van dit wachtgeld en het nemen van beslissingen daaromtrent geschieden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
3. Voor zover toepassing van het Rijkswachtgeldbesluit 1959leidt tot een ongunstiger wachtgeld dan bij toepassing van de wachtgeldregelingen der drostambten, kan door betrokkenen een keuze gemaakt worden voor laatstbedoelde.
2. Aan de landdrosten van Elten en van Tudderen en aan de in het eerste lid bedoelde personen wordt, ten laste van Hoofdstuk VII A der rijksbegroting, wachtgeld toegekend overeenkomstig de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. De toekenning van dit wachtgeld en het nemen van beslissingen daaromtrent geschieden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
3. Voor zover toepassing van het Rijkswachtgeldbesluit 1959leidt tot een ongunstiger wachtgeld dan bij toepassing van de wachtgeldregelingen der drostambten, kan door betrokkenen een keuze gemaakt worden voor laatstbedoelde.