BWBR0002398
Geldig vanaf 1963-03-16
Artikel 4
Landbouwuitvoerbesluit 1963 (Algemene Voorwaarden)
1. De statuten van een uitvoercontrole-instelling moeten onverminderd het te dien aanzien in artikel 2voorgeschrevene, bepalen dat:
a. iedere aangeslotene verplicht is tot stipte naleving van de bij of krachtens het desbetreffende uitvoercontrolebesluit, alsmede in haar statuten en keuringsreglement gegeven voorschriften en voorts van de ter uitvoering daarvan door het bestuur genomen besluiten, welke te zijner kennis of ter kennis van de aangeslotenen zijn gebracht;
b. niet-nakoming van enige verplichting als bedoeld onder a door het bestuur of een ander in de statuten aangewezen orgaan van de rechtspersoon, kan worden gestraft met: 1e. een berisping, bestaande in een schriftelijk of mondeling vermaan, gericht tot de betrokkene in verband met het begane feit;
2e. een geldboete van ten hoogste de derde categorie;
3e. plaatsing van het bedrijf van de aangeslotene voor een bepaalde tijd onder een verscherpt toezicht vanwege de rechtspersoon, van welk toezicht de extra kosten ten laste van de aangeslotene komen; deze maatregel kan tegelijk met een maatregel als bedoeld onder 1e of 2e worden opgelegd;
1e. een berisping, bestaande in een schriftelijk of mondeling vermaan, gericht tot de betrokkene in verband met het begane feit;
2e. een geldboete van ten hoogste de derde categorie;
3e. plaatsing van het bedrijf van de aangeslotene voor een bepaalde tijd onder een verscherpt toezicht vanwege de rechtspersoon, van welk toezicht de extra kosten ten laste van de aangeslotene komen; deze maatregel kan tegelijk met een maatregel als bedoeld onder 1e of 2e worden opgelegd;
c. van de besluiten tot het nemen van een tuchtmaatregel als bedoeld onder b aan de betrokkene binnen een nader bij de statuten te bepalen termijn, welke niet korter mag zijn dan veertien dagen en niet langer dan één maand na de dagtekening van zodanige besluiten, beroep open staat bij de in artikel 5 bedoelde raad van beroep voor de uitvoercontrole-instellingen, welk college alsdan uitspraak zal doen bij wijze van bindend advies;
d. dat het beroep schorsende werking heeft.
2. Bij de uitoefening van het tuchtrecht nemen de uitvoercontrole-instellingen de regelen van een door het bestuur van elke rechtspersoon, onder goedkeuring van Onze Minister, vast te stellen reglement voor de tuchtrechtspraak in acht; wijzigingen en aanvullingen van dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van Onze Minister.
a. iedere aangeslotene verplicht is tot stipte naleving van de bij of krachtens het desbetreffende uitvoercontrolebesluit, alsmede in haar statuten en keuringsreglement gegeven voorschriften en voorts van de ter uitvoering daarvan door het bestuur genomen besluiten, welke te zijner kennis of ter kennis van de aangeslotenen zijn gebracht;
b. niet-nakoming van enige verplichting als bedoeld onder a door het bestuur of een ander in de statuten aangewezen orgaan van de rechtspersoon, kan worden gestraft met: 1e. een berisping, bestaande in een schriftelijk of mondeling vermaan, gericht tot de betrokkene in verband met het begane feit;
2e. een geldboete van ten hoogste de derde categorie;
3e. plaatsing van het bedrijf van de aangeslotene voor een bepaalde tijd onder een verscherpt toezicht vanwege de rechtspersoon, van welk toezicht de extra kosten ten laste van de aangeslotene komen; deze maatregel kan tegelijk met een maatregel als bedoeld onder 1e of 2e worden opgelegd;
1e. een berisping, bestaande in een schriftelijk of mondeling vermaan, gericht tot de betrokkene in verband met het begane feit;
2e. een geldboete van ten hoogste de derde categorie;
3e. plaatsing van het bedrijf van de aangeslotene voor een bepaalde tijd onder een verscherpt toezicht vanwege de rechtspersoon, van welk toezicht de extra kosten ten laste van de aangeslotene komen; deze maatregel kan tegelijk met een maatregel als bedoeld onder 1e of 2e worden opgelegd;
c. van de besluiten tot het nemen van een tuchtmaatregel als bedoeld onder b aan de betrokkene binnen een nader bij de statuten te bepalen termijn, welke niet korter mag zijn dan veertien dagen en niet langer dan één maand na de dagtekening van zodanige besluiten, beroep open staat bij de in artikel 5 bedoelde raad van beroep voor de uitvoercontrole-instellingen, welk college alsdan uitspraak zal doen bij wijze van bindend advies;
d. dat het beroep schorsende werking heeft.
2. Bij de uitoefening van het tuchtrecht nemen de uitvoercontrole-instellingen de regelen van een door het bestuur van elke rechtspersoon, onder goedkeuring van Onze Minister, vast te stellen reglement voor de tuchtrechtspraak in acht; wijzigingen en aanvullingen van dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van Onze Minister.