BWBR0002394
Geldig vanaf 1963-05-01
Artikel 4
Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond
1. De ren moet uitsluitend bestemd zijn voor het verblijf van de hond en moet verder voldoen aan de volgende eisen:
a. de afmetingen moeten bedragen: hoogte: ten minste 2 meter; oppervlakte: ten minste 7 vierkante meter, met dien verstande, dat de afmeting van de kortste zijde niet minder dan 1 meter mag bedragen;
b. de bodem moet zindelijk zijn en niet drassig;
c. de omheining moet aan ten minste één zijde bestaan uit harmonikagaas met een maaswijdte van ten hoogste 5 cm of uit tralies met een onderlinge afstand van ten hoogste 5 cm;
d. de ren moet zodanig zijn, dat de hond zich daaraan niet kan verwonden.
2. In of in verbinding met de ren moet zich een hok bevinden, dat voldoet aan de in artikel 2, zesde lid, genoemde eisen. De ruimte, ingenomen door een zich in de ren bevindend hok, mag niet in mindering komen van de in het eerste lid, onder a, genoemde minimum-oppervlakte van de ren.
3. In de ren mogen zich geen voorwerpen bevinden, waaraan de hond zich kan verwonden.
4. Een zindelijke drinkbak met vers drinkwater moet in de ren, doch buiten het hok, aanwezig zijn. Deze drinkbak moet zodanig zijn, dat hij door de hond niet omver kan worden geworpen.
a. de afmetingen moeten bedragen: hoogte: ten minste 2 meter; oppervlakte: ten minste 7 vierkante meter, met dien verstande, dat de afmeting van de kortste zijde niet minder dan 1 meter mag bedragen;
b. de bodem moet zindelijk zijn en niet drassig;
c. de omheining moet aan ten minste één zijde bestaan uit harmonikagaas met een maaswijdte van ten hoogste 5 cm of uit tralies met een onderlinge afstand van ten hoogste 5 cm;
d. de ren moet zodanig zijn, dat de hond zich daaraan niet kan verwonden.
2. In of in verbinding met de ren moet zich een hok bevinden, dat voldoet aan de in artikel 2, zesde lid, genoemde eisen. De ruimte, ingenomen door een zich in de ren bevindend hok, mag niet in mindering komen van de in het eerste lid, onder a, genoemde minimum-oppervlakte van de ren.
3. In de ren mogen zich geen voorwerpen bevinden, waaraan de hond zich kan verwonden.
4. Een zindelijke drinkbak met vers drinkwater moet in de ren, doch buiten het hok, aanwezig zijn. Deze drinkbak moet zodanig zijn, dat hij door de hond niet omver kan worden geworpen.