BWBR0002393
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 20
Vorderingswet
1. Onze Minister, wie het rechtstreeks aangaat, kan een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak, waarvan de duur in de vorderingsbeschikking niet aan een termijn is gebonden, met een termijn van zes maanden beëindigen.
2. Hij kan een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak zonder inachtneming van enige termijn beëindigen, indien gebleken is, dat degene, voor wie het recht is ontstaan, en de eigenaar van de zaak daartegen geen bedenkingen hebben.
3. De artikelen 4en 8zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De bekendmaking van de beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan degene wiens recht wordt beëindigd; tegelijkertijd of zo spoedig mogelijk daarna wordt van de beschikking door middel van toezending of uitreiking mededeling gedaan aan de eigenaar van de zaak.
2. Hij kan een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak zonder inachtneming van enige termijn beëindigen, indien gebleken is, dat degene, voor wie het recht is ontstaan, en de eigenaar van de zaak daartegen geen bedenkingen hebben.
3. De artikelen 4en 8zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De bekendmaking van de beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan degene wiens recht wordt beëindigd; tegelijkertijd of zo spoedig mogelijk daarna wordt van de beschikking door middel van toezending of uitreiking mededeling gedaan aan de eigenaar van de zaak.