BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 69
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Onderstaande personen hebben in de hierna genoemde gebieden van zonsopgang tot zonsondergang toegang tot alle terreinen, voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van deze wet nodig is:
1°. in het gehele Rijk: de voorzitter en de leden van de Rijksplanologische Commissie en de door Onze Minister aan te wijzen rijksambtenaren;
2°. in een provincie: de door de commissaris van de Koning aan te wijzen personen;
3°. in een gemeente:
de burgemeester en de door hem aan te wijzen personen.
2. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschrijven dat ten aanzien van bepaalde plaatsen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts wordt uitgeoefend door bepaalde van de in het eerste lid genoemde personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen verschaffen zich zo nodig de toegang met behulp van de sterke arm.
1°. in het gehele Rijk: de voorzitter en de leden van de Rijksplanologische Commissie en de door Onze Minister aan te wijzen rijksambtenaren;
2°. in een provincie: de door de commissaris van de Koning aan te wijzen personen;
3°. in een gemeente:
de burgemeester en de door hem aan te wijzen personen.
2. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschrijven dat ten aanzien van bepaalde plaatsen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts wordt uitgeoefend door bepaalde van de in het eerste lid genoemde personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen verschaffen zich zo nodig de toegang met behulp van de sterke arm.