BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 39l
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Indien een bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is een besluit als bedoeld in artikel 39ite nemen, niet of niet tijdig op de aanvraag beslist dan wel een beslissing neemt die naar het oordeel van Onze Minister en van Onze projectminister wijziging behoeft kunnen Onze projectminister en Onze Minister wie het mede aangaat gezamenlijk een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in het eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien Onze in de eerste volzin bedoelde Ministers voornemens zijn zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 39j, eerste lid, bedoelde ambtshalve te nemen besluiten.
3. Indien bij de toepassing van het eerste lid de beslissing op een aanvraag wordt genomen door in dat lid bedoelde ministers, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag, de ter zake ontvangen leges in 's Rijks kas.
4. Ten aanzien van de in de in artikel 39i, eerste lid, bedoelde aanvragen is Onze projectminister mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 39j, eerste lid, bedoelde ambtshalve te nemen besluiten.
3. Indien bij de toepassing van het eerste lid de beslissing op een aanvraag wordt genomen door in dat lid bedoelde ministers, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag, de ter zake ontvangen leges in 's Rijks kas.
4. Ten aanzien van de in de in artikel 39i, eerste lid, bedoelde aanvragen is Onze projectminister mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen.