BWBR0002321
Geldig vanaf 1959-08-04
Artikel 2
Beschikking ingevolge artikel 4 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (vermoedelijk overlijden)
1. Uit de omstandigheden wordt afgeleid, welke dag als dag van vermoedelijk overlijden moet worden vastgesteld.
2. Wanneer iemand vermist is ter gelegenheid van een noodlottige gebeurtenis, als bedoeld in het tweede lid van artikel 1, en vermoed wordt te zijn overleden, wordt als dag van het vermoedelijk overlijden aangenomen de dag, waarop die gebeurtenis heeft plaatsgevonden of geacht moet worden te hebben plaatsgevonden.
3. Wanneer iemand zich aan boord van een vaartuig of een luchtvaartuig bevond, waaromtrent gedurende een jaar geen bericht is ingekomen, en hij vermoed wordt te zijn overleden, wordt de dag van het vermoedelijk overlijden gesteld op de dag, volgende op die, waarop volgens de laatste tijding het vaartuig of het luchtvaartuig nog bestond, en indien van geen tijding blijkt, op de dag, volgende op die, waarop het vaartuig of het luchtvaartuig het laatste in zee gestoken, onderscheidenlijk opgestegen is.
4. Wanneer iemand wegens omstandigheden in verband met de tweede wereldoorlog is vermist en ingevolge het derde lid van artikel 1vermoed wordt te zijn overleden, wordt als dag van het vermoedelijk overlijden aangenomen de eerste januari van het vijfde kalenderjaar, volgende op dat, in de loop waarvan voor het laatst van het bestaan van de vermiste bleek, met dien verstande, dat het vermoedelijk overlijden niet op een vroegere datum dan op 1 januari 1950 wordt gesteld.
2. Wanneer iemand vermist is ter gelegenheid van een noodlottige gebeurtenis, als bedoeld in het tweede lid van artikel 1, en vermoed wordt te zijn overleden, wordt als dag van het vermoedelijk overlijden aangenomen de dag, waarop die gebeurtenis heeft plaatsgevonden of geacht moet worden te hebben plaatsgevonden.
3. Wanneer iemand zich aan boord van een vaartuig of een luchtvaartuig bevond, waaromtrent gedurende een jaar geen bericht is ingekomen, en hij vermoed wordt te zijn overleden, wordt de dag van het vermoedelijk overlijden gesteld op de dag, volgende op die, waarop volgens de laatste tijding het vaartuig of het luchtvaartuig nog bestond, en indien van geen tijding blijkt, op de dag, volgende op die, waarop het vaartuig of het luchtvaartuig het laatste in zee gestoken, onderscheidenlijk opgestegen is.
4. Wanneer iemand wegens omstandigheden in verband met de tweede wereldoorlog is vermist en ingevolge het derde lid van artikel 1vermoed wordt te zijn overleden, wordt als dag van het vermoedelijk overlijden aangenomen de eerste januari van het vijfde kalenderjaar, volgende op dat, in de loop waarvan voor het laatst van het bestaan van de vermiste bleek, met dien verstande, dat het vermoedelijk overlijden niet op een vroegere datum dan op 1 januari 1950 wordt gesteld.