BWBR0002292
Geldig vanaf 1999-08-25
Artikel 3
Besluit inlichtingen justitiële documentatie
1. Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken over de gegevens, uit de algemene documentatieregisters, aan
het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
indien en voor zover deze gegevens in het belang van de taakvervulling van de betrokken dienst nodig zijn en het verzoek personen betreft, aan wie, in de zin van het Rubriceringsvoorschrift, tot hoger dan confidentieel geclassificeerde gegevens, materialen of andere objecten toegang zal worden verleend. Bij het indienen van het verzoek wordt omschreven welke gegevens voor het beoogde doel nodig zijn. In zeer bijzondere gevallen kan het College van procureurs-generaal buitendien gegevens verstrekken, nadat hem persoonlijk de noodzaak daartoe door het hoofd van de dienst of diens plaatsvervanger, onder overlegging van alle betrekkelijke gegevens, is aangetoond.
2. Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken uit de algemene documentatieregisters aan het bevoegd gezag van noodwachten en noodwachtstaven, voor zover dit gezag deze nodig heeft met het oog op de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen over de bestemming, de inlijving en het ontslag van noodwachtplichtigen en ander noodwachtpersoneel, indien en voorzover de betrokken personen in aanraking kunnen komen met zaken, waarvan de geheimhouding naar het oordeel van het bevoegd gezag en van het College van procureurs-generaal in het algemeen belang geboden is; bij het verzoek wordt de functie van betrokkene en de aard van de door hem te verrichten werkzaamheden vermeld.
3. Alvorens een verzoek om inlichtingen als bedoeld in de vorige leden wordt gedaan, gaat het hoofd van de dienst, onderscheidenlijk het bevoegd gezag, na of de benodigde gegevens buiten zijn tussenkomst kunnen worden verkregen op enige wijze voorzien in dit besluit, dan wel in een andere bij of krachtens de wet gegeven regeling.
het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
indien en voor zover deze gegevens in het belang van de taakvervulling van de betrokken dienst nodig zijn en het verzoek personen betreft, aan wie, in de zin van het Rubriceringsvoorschrift, tot hoger dan confidentieel geclassificeerde gegevens, materialen of andere objecten toegang zal worden verleend. Bij het indienen van het verzoek wordt omschreven welke gegevens voor het beoogde doel nodig zijn. In zeer bijzondere gevallen kan het College van procureurs-generaal buitendien gegevens verstrekken, nadat hem persoonlijk de noodzaak daartoe door het hoofd van de dienst of diens plaatsvervanger, onder overlegging van alle betrekkelijke gegevens, is aangetoond.
2. Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken uit de algemene documentatieregisters aan het bevoegd gezag van noodwachten en noodwachtstaven, voor zover dit gezag deze nodig heeft met het oog op de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen over de bestemming, de inlijving en het ontslag van noodwachtplichtigen en ander noodwachtpersoneel, indien en voorzover de betrokken personen in aanraking kunnen komen met zaken, waarvan de geheimhouding naar het oordeel van het bevoegd gezag en van het College van procureurs-generaal in het algemeen belang geboden is; bij het verzoek wordt de functie van betrokkene en de aard van de door hem te verrichten werkzaamheden vermeld.
3. Alvorens een verzoek om inlichtingen als bedoeld in de vorige leden wordt gedaan, gaat het hoofd van de dienst, onderscheidenlijk het bevoegd gezag, na of de benodigde gegevens buiten zijn tussenkomst kunnen worden verkregen op enige wijze voorzien in dit besluit, dan wel in een andere bij of krachtens de wet gegeven regeling.