BWBR0002291
Geldig vanaf 1958-09-25
Artikel 6
Reglement op de Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Rotterdam
1. Tot het in het vorige artikel bedoelde examen wordt niemand toegelaten, tenzij aan de examencommissie blijkt:
1°. dat zij niet jonger is dan negentien jaart, ten bewijze waarvan door haar een uittreksel uit het geboorteregister dient te worden overgelegd;
2°. dat zij tenminste behoorlijk lager onderwijs met vrucht heeft genoten;
3°. dat zij niet lijdt aan een of ander voor de uitoefening van het beroep van vroedvrouw hinderlijk lichamelijk of geestelijk gebrek en in het algemeen een goede gezondheid geniet, ten bewijze waarvan door haar een desbetreffende geneeskundige verklaring dient te worden overgelegd;
4°. dat zij is van onbesproken gedrag, ten bewijze waarvan een door de burgemeester harer woonplaats afgegeven verklaring omtrent het gedrag dient te worden overgelegd, welke verklaring dient te zijn afgegeven binnen vier weken voor de dag der overlegging;
5°. dat het voor het afleggen van het examen verschuldigde bedrag van f 10,- in 's Rijks Schatkist is gestort.
2. In de afwijking van het bepaalde onder 1°. van het vorige lid kan Onze Minister personen tot het afleggen van het in artikel 5bedoelde examen toelaten, die niet jonger dan achttien jaar zijn.
3. Personen, die het in artikel 5bedoelde examen met gunstig gevolg hebben afgelegd, doch niet voor plaatsing op de Rijkskweekschool in aanmerking komen, zijn bij eerste herhaling van het examen vrijgesteld van betaling van het onder 5°. van het eerste lid bedoelde examengeld.
1°. dat zij niet jonger is dan negentien jaart, ten bewijze waarvan door haar een uittreksel uit het geboorteregister dient te worden overgelegd;
2°. dat zij tenminste behoorlijk lager onderwijs met vrucht heeft genoten;
3°. dat zij niet lijdt aan een of ander voor de uitoefening van het beroep van vroedvrouw hinderlijk lichamelijk of geestelijk gebrek en in het algemeen een goede gezondheid geniet, ten bewijze waarvan door haar een desbetreffende geneeskundige verklaring dient te worden overgelegd;
4°. dat zij is van onbesproken gedrag, ten bewijze waarvan een door de burgemeester harer woonplaats afgegeven verklaring omtrent het gedrag dient te worden overgelegd, welke verklaring dient te zijn afgegeven binnen vier weken voor de dag der overlegging;
5°. dat het voor het afleggen van het examen verschuldigde bedrag van f 10,- in 's Rijks Schatkist is gestort.
2. In de afwijking van het bepaalde onder 1°. van het vorige lid kan Onze Minister personen tot het afleggen van het in artikel 5bedoelde examen toelaten, die niet jonger dan achttien jaar zijn.
3. Personen, die het in artikel 5bedoelde examen met gunstig gevolg hebben afgelegd, doch niet voor plaatsing op de Rijkskweekschool in aanmerking komen, zijn bij eerste herhaling van het examen vrijgesteld van betaling van het onder 5°. van het eerste lid bedoelde examengeld.