BWBR0002283
Geldig vanaf 1958-06-23
Artikel 5
Deltawet
1. De kosten van de werken, bedoeld in de artikelen 1 onder Ien 3, eerste lid, worden door het Rijk gedragen.
2. Aan degene die verplicht is tot uitvoering van werken als bedoeld in artikel 1, onder II, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk toegekend van 100 pct. in de directe kosten van uitvoering.
3. Aan degene, die verplicht is tot uitvoering van werken of voorzieningen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk van 100 pct. in de kosten van uitvoering toegekend.
4. Onder directe kosten van uitvoering worden voor de toepassing van dit artikel verstaan:
a. de kosten van met instemming van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan derden opgedragen onderzoekingen ten behoeve van de uitvoering der werken;
b. de kosten voortvloeiende uit de verwerving van de voor de uitvoering der werken benodigde gronden;
c. alle kosten voortvloeiende uit de voor de uitvoering van de werken gesloten overeenkomsten van aanneming en overeenkomsten tot levering van benodigde materialen;
d. de kosten tot vergoeding van door de uitvoering der werken ontstane schade, indien degene, die ingevolge het tweede en derde lid, aanspraak heeft op een bijdrage hiertoe rechtens is gehouden of indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met de verlening van de vergoeding op billijkheidsgronden heeft ingestemd.
5. Indien het doel van de versterking van een hoogwaterkering als bedoeld in artikel 1, onder II, naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt bereikt door de uitvoering van werken door een ander dan degene die ingevolge deze wet tot versterking van die hoogwaterkering verplicht is, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk aan die ander toegekend tot een bedrag dat ten hoogste gelijk is aan de directe kosten van uitvoering van de werken, die de ingevolge deze wet verplichte anders ter versterking van de hoogwaterkering zou hebben moeten maken.
6. De aanvraag tot verlening van een bijdrage, als bedoeld in het vijfde lid, wordt ingediend door tussenkomst van degene die anders tot versterking van de betreffende waterkering zou zijn gehouden.
7. Aanvragen om toekenning van een in dit artikel bedoelde bijdrage worden gericht tot Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, welke beslist op de aanvraag, Gedeputeerde Staten gehoord.
8. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan gedeputeerde staten door toezending van een afschrift.
2. Aan degene die verplicht is tot uitvoering van werken als bedoeld in artikel 1, onder II, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk toegekend van 100 pct. in de directe kosten van uitvoering.
3. Aan degene, die verplicht is tot uitvoering van werken of voorzieningen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk van 100 pct. in de kosten van uitvoering toegekend.
4. Onder directe kosten van uitvoering worden voor de toepassing van dit artikel verstaan:
a. de kosten van met instemming van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan derden opgedragen onderzoekingen ten behoeve van de uitvoering der werken;
b. de kosten voortvloeiende uit de verwerving van de voor de uitvoering der werken benodigde gronden;
c. alle kosten voortvloeiende uit de voor de uitvoering van de werken gesloten overeenkomsten van aanneming en overeenkomsten tot levering van benodigde materialen;
d. de kosten tot vergoeding van door de uitvoering der werken ontstane schade, indien degene, die ingevolge het tweede en derde lid, aanspraak heeft op een bijdrage hiertoe rechtens is gehouden of indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met de verlening van de vergoeding op billijkheidsgronden heeft ingestemd.
5. Indien het doel van de versterking van een hoogwaterkering als bedoeld in artikel 1, onder II, naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt bereikt door de uitvoering van werken door een ander dan degene die ingevolge deze wet tot versterking van die hoogwaterkering verplicht is, wordt op aanvraag een bijdrage ten laste van het Rijk aan die ander toegekend tot een bedrag dat ten hoogste gelijk is aan de directe kosten van uitvoering van de werken, die de ingevolge deze wet verplichte anders ter versterking van de hoogwaterkering zou hebben moeten maken.
6. De aanvraag tot verlening van een bijdrage, als bedoeld in het vijfde lid, wordt ingediend door tussenkomst van degene die anders tot versterking van de betreffende waterkering zou zijn gehouden.
7. Aanvragen om toekenning van een in dit artikel bedoelde bijdrage worden gericht tot Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, welke beslist op de aanvraag, Gedeputeerde Staten gehoord.
8. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan gedeputeerde staten door toezending van een afschrift.