BWBR0002267
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 37e
Luchtvaartwet
1. Overeenkomstig punt 3.1 en 3.2 van bijlage I bij EG- verordening 300/2008, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig:
a. voor vertrek is onderworpen aan een beveiligingscontrole of een beveiligingsdoorzoeking van vliegtuigen, en
b. is beschermd tegen manipulatie en betreding door onbevoegden.
2. Met inachtneming van EG- verordening 300/2008, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor bepaalde vluchten of luchtvaartuigen vrijstelling verlenen van het eerste lid, onder a, indien de dreiging voor deze vluchten of luchtvaartuigen als gevolg van verboden voorwerpen verwaarloosbaar is. Onze Minister van Justitie en Veiligheid geeft in dat geval aanwijzingen over vervangende maatregelen. Artikel 37ac, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. voor vertrek is onderworpen aan een beveiligingscontrole of een beveiligingsdoorzoeking van vliegtuigen, en
b. is beschermd tegen manipulatie en betreding door onbevoegden.
2. Met inachtneming van EG- verordening 300/2008, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor bepaalde vluchten of luchtvaartuigen vrijstelling verlenen van het eerste lid, onder a, indien de dreiging voor deze vluchten of luchtvaartuigen als gevolg van verboden voorwerpen verwaarloosbaar is. Onze Minister van Justitie en Veiligheid geeft in dat geval aanwijzingen over vervangende maatregelen. Artikel 37ac, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.