BWBR0002263
Geldig vanaf 1958-01-19
Artikel 18
Subsidieregeling maatschappelijk werk voor zwakzinnigen
1. Onverminderd de elders in deze regeling gestelde voorwaarden met betrekking tot de subsidiëring, dienen de uitvoerende en de landelijke instellingen, om voor subsidie in aanmerking te worden gebracht, nog te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. De geldende statuten, de stichtingsbrief of het reglement dienen op het departement van de minister te zijn gedeponeerd.
b. Een nauwkeurige en overzichtelijke financiële administratie dient te worden gevoerd.
c. Aan door de minister aan te wijzen ambtenaren worden alle bescheiden getoond en alle inlichtingen verstrekt die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De instelling onderwerpt zich aan controle vanwege de minister.
d. Aan de minister dient in vijfvoud en uiterlijk in de maand juni – door tussenkomst van het hoofd van het bureau van het Ministerie in de provincie – te worden aangeboden een verslag, waarin onder meer een overzicht wordt gegeven van de werkzaamheden van de instelling gedurende het voorafgaande kalenderjaar.
2. Voor de uitvoerende instellingen geldt nog, dat zij dienen te streven naar een dusdanig verband met een der landelijke instellingen, dat zij advies en voorlichting van die landelijke instelling kunnen verkrijgen.
a. De geldende statuten, de stichtingsbrief of het reglement dienen op het departement van de minister te zijn gedeponeerd.
b. Een nauwkeurige en overzichtelijke financiële administratie dient te worden gevoerd.
c. Aan door de minister aan te wijzen ambtenaren worden alle bescheiden getoond en alle inlichtingen verstrekt die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De instelling onderwerpt zich aan controle vanwege de minister.
d. Aan de minister dient in vijfvoud en uiterlijk in de maand juni – door tussenkomst van het hoofd van het bureau van het Ministerie in de provincie – te worden aangeboden een verslag, waarin onder meer een overzicht wordt gegeven van de werkzaamheden van de instelling gedurende het voorafgaande kalenderjaar.
2. Voor de uitvoerende instellingen geldt nog, dat zij dienen te streven naar een dusdanig verband met een der landelijke instellingen, dat zij advies en voorlichting van die landelijke instelling kunnen verkrijgen.