BWBR0002259
Geldig vanaf 1958-01-16
Artikel 4
Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven
1. De ondernemer dient het in artikel 3bedoelde beschermingsplan in binnen een door Onze Ministers te bepalen termijn en op een door hen te bepalen wijze ter verkrijging van een verklaring van geen bezwaar.
2. Het beschermingsplan is eerst van kracht, wanneer door Onze Ministers zodanige verklaring is afgegeven.
3. De ondernemer verstrekt de gegevens, welke Onze Ministers voor de beoordeling van het beschermingsplan nodig achten.
4. De afgifte van de verklaring wordt slechts geweigerd, indien naar het oordeel van Onze Ministers het beschermingsplan niet voorziet in een redelijke bescherming van het gasbedrijf of het elektriciteitsbedrijf.
5. Onze Ministers geven bij aangetekende brief van hun beslissing kennis aan de aanvrager. In geval van weigering van de verklaring vermelden zij, waarop hun oordeel is gegrond en geven zij mogelijkheden aan om de gerezen bezwaren te ondervangen.
2. Het beschermingsplan is eerst van kracht, wanneer door Onze Ministers zodanige verklaring is afgegeven.
3. De ondernemer verstrekt de gegevens, welke Onze Ministers voor de beoordeling van het beschermingsplan nodig achten.
4. De afgifte van de verklaring wordt slechts geweigerd, indien naar het oordeel van Onze Ministers het beschermingsplan niet voorziet in een redelijke bescherming van het gasbedrijf of het elektriciteitsbedrijf.
5. Onze Ministers geven bij aangetekende brief van hun beslissing kennis aan de aanvrager. In geval van weigering van de verklaring vermelden zij, waarop hun oordeel is gegrond en geven zij mogelijkheden aan om de gerezen bezwaren te ondervangen.