BWBR0002244
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 13
Destructiewet
1. Door Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorschriften, ontheffing worden verleend van de in artikel 12bedoelde verplichtingen ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, dat door bijzondere omstandigheden niet overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gegeven regelen kan worden opgehaald, vervoerd of onschadelijk gemaakt. Daarbij wordt in elk geval voorzien in de wijze van onschadelijk maken ervan.
2. Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.
3. Artikel 12vindt geen toepassing ten aanzien van dode honden, katten en paarden die overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels op andere wijze onschadelijk worden gemaakt. Daarbij kan tevens worden voorzien in regels omtrent de inrichting van crematoria voor dode paarden, alsmede het ophalen en het vervoeren van dode paarden.
4. Artikel 3, tweede lid, is niet van toepassing op laag-risico-materiaal, dat:
a. wordt bestemd voor het vervoederen aan dieren, waarvan de eigenaar of houder, dan wel een bedrijf als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, dat voeder voor edelpelsdieren bereidt, op grond van bijzondere omstandigheden van Onze Minister een daartoe strekkende ontheffing heeft ontvangen; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden;
b. aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.
5. Met betrekking tot een ontheffing als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk vierde lid kan Onze Minister regelen stellen aangaande de vordering van gelden van belanghebbenden ter bestrijding van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste, onderscheidenlijk vierde, lid.
6. Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig is bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.
2. Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.
3. Artikel 12vindt geen toepassing ten aanzien van dode honden, katten en paarden die overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels op andere wijze onschadelijk worden gemaakt. Daarbij kan tevens worden voorzien in regels omtrent de inrichting van crematoria voor dode paarden, alsmede het ophalen en het vervoeren van dode paarden.
4. Artikel 3, tweede lid, is niet van toepassing op laag-risico-materiaal, dat:
a. wordt bestemd voor het vervoederen aan dieren, waarvan de eigenaar of houder, dan wel een bedrijf als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, dat voeder voor edelpelsdieren bereidt, op grond van bijzondere omstandigheden van Onze Minister een daartoe strekkende ontheffing heeft ontvangen; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden;
b. aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.
5. Met betrekking tot een ontheffing als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk vierde lid kan Onze Minister regelen stellen aangaande de vordering van gelden van belanghebbenden ter bestrijding van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste, onderscheidenlijk vierde, lid.
6. Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig is bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.