BWBR0002242
Geldig vanaf 1958-02-16
Artikel 51
Vleeskeuringsbesluit
1. Herkeuring van vlees moet worden aangevraagd bij de burgemeester van de gemeente, waar de keuring of nadere keuring werd verricht onderscheidenlijk, in geval artikel 20avan de wet toepassing heeft gevonden, bij een door Onze Minister van Landbouw en Visserij aangewezen ambtenaar.
2. Herkeuring van vlees moet ten spoedigste worden aangevraagd en uiterlijk binnen 12 uren na het eindigen van de dag, waarop de keuringsuitspraak werd gedaan; volgt op deze dag een zon- of een of meer erkende feestdagen, dan moet de aanvrage tot herkeuring binnen 12 uren na het eindigen daarvan zijn geschied.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid moet herkeuring van organen of delen onmiddellijk na de keuringsuitspraak worden aangevraagd.
4. De burgemeester onderscheidenlijk de aangewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, zoekt in overleg met de inspecteur een keuringsdierenarts aan voor het verrichten van de herkeuring; belanghebbende kan, eveneens in overleg met de inspecteur, een herkeuringsdierenarts aanwijzen, die bereid is de herkeuring te verrichten.
5. Tot het verrichten van de herkeuring zijn slechts bevoegd keuringsdierenartsen, aan wie het uitoefenen van de diergeneeskundige praktijk niet is toegestaan, die tenminste vijf jaar als keuringsdierenarts werkzaam zijn en die tot de keuringsdierenarts, tegen wiens keuringsuitspraak verzet is aangetekend, in geen enkele ambtelijke verhouding staan.
2. Herkeuring van vlees moet ten spoedigste worden aangevraagd en uiterlijk binnen 12 uren na het eindigen van de dag, waarop de keuringsuitspraak werd gedaan; volgt op deze dag een zon- of een of meer erkende feestdagen, dan moet de aanvrage tot herkeuring binnen 12 uren na het eindigen daarvan zijn geschied.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid moet herkeuring van organen of delen onmiddellijk na de keuringsuitspraak worden aangevraagd.
4. De burgemeester onderscheidenlijk de aangewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, zoekt in overleg met de inspecteur een keuringsdierenarts aan voor het verrichten van de herkeuring; belanghebbende kan, eveneens in overleg met de inspecteur, een herkeuringsdierenarts aanwijzen, die bereid is de herkeuring te verrichten.
5. Tot het verrichten van de herkeuring zijn slechts bevoegd keuringsdierenartsen, aan wie het uitoefenen van de diergeneeskundige praktijk niet is toegestaan, die tenminste vijf jaar als keuringsdierenarts werkzaam zijn en die tot de keuringsdierenarts, tegen wiens keuringsuitspraak verzet is aangetekend, in geen enkele ambtelijke verhouding staan.