BWBR0002198
Geldig vanaf 1956-06-01
Artikel 11
Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in Aardappelen
1. De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen kunnen voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend zijn.
2. Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld op grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is.
3. De in het tweede lid bedoelde heffingen worden zodanig vastgesteld, dat de uitgaven ten behoeve van een orgaan, genoemd in artikel 4, naar het oordeel van het bestuur van het bedrijfschap kunnen worden bekostigd uit de opbrengst van hetgeen wordt geheven van degenen, die de ondernemingen drijven, welke naar het oordeel van het bestuur bij dat orgaan zijn betrokken.
4. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.
2. Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld op grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is.
3. De in het tweede lid bedoelde heffingen worden zodanig vastgesteld, dat de uitgaven ten behoeve van een orgaan, genoemd in artikel 4, naar het oordeel van het bestuur van het bedrijfschap kunnen worden bekostigd uit de opbrengst van hetgeen wordt geheven van degenen, die de ondernemingen drijven, welke naar het oordeel van het bestuur bij dat orgaan zijn betrokken.
4. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.