1. Voor het afleggen van het examen voor leraar in de stenografie is een bedrag van f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor het afleggen van het examen ter verkrijging van de aantekening van leraar in de stenografie in een vreemde taal een bedrag van f 225, met een interimtarief van f 180 voor het examen dat in 1986 aanvangt, verschuldigd.
2. De examengelden worden tevoren bij de secretaris van de examencommissie gestort en, na aftrek van de kosten van de vergaderingen van de commissie, waaronder echter niet worden gerekend de reis- en verblijfkosten en de vacatiegelden van de leden, door hem in 's Rijks schatkist gestort.
3. Tot het examen worden slechts toegelaten zij, die het examengeld hebben voldaan.
4. Indien het volledige staatsexamen in één kalenderjaar wordt afgelegd, is het in het eerste lid genoemde bedrag verschuldigd.
5. Indien het staatsexamen, bedoeld in het eerste lid, verspreid over meer dan één kalenderjaar wordt afgelegd, bedraagt het examengeld per kalenderjaar f 50, vermeerderd met een bedrag voor elk onderdeel dat in het desbetreffende kalenderjaar wordt afgelegd. Het bedrag voor een onderdeel wordt bepaald door het als eerste genoemde bedrag in het eerste lid te verminderen met f 50 en te delen door het aantal onderdelen.
6. Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen stelt na overleg met de staatsexamencommissie het aantal onderdelen als bedoeld in het vijfde lid vast.
7. Voor het afleggen van een herexamen is geen examengeld verschuldigd.