BWBR0002169
Geldig vanaf 1955-07-01
Artikel 2
Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel in Eieren en Eiprodukten en de Eiproduktenindustrie
1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de groothandel in eieren of eiprodukten, het bedrijf van tussenpersoon in eieren of eiprodukten, of het bedrijf van het vervaardigen van eiprodukten wordt uitgeoefend.
2. Dit besluit verstaat onder:
a. groothandel in eieren of eiprodukten: het bedrijf van het kopen van eieren of eiprodukten en het verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;
b. het bedrijf van tussenpersoon in eieren of eiprodukten: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten met betrekking tot eieren of eiprodukten, of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van zodanige koop- en verkoopovereenkomsten;
c. eieren: kippe-, ganze-, parelhoender- en kalkoeneieren;
d. eiprodukten: produkten, welke voor ten minste 50 gewichtsprocenten zijn samengesteld uit de van schaal en schaalvliezen ontdane, gehele of gedeeltelijke inhoud van eieren;
e. wet: Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder groothandel in eieren of eiprodukten mede het in het kader van de exploitatie van een filiaalonderneming kopen en via een of meer centrale magazijnen over de filialen distribueren van eieren of eiprodukten, indien de onderneming ten minste tien filialen omvat.
4. Dit besluit verstaat onder groothandel in eieren of eiprodukten niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel in eieren of eiprodukten en onder het bedrijf van tussenpersoon in eieren of eiprodukten niet het bedrijf van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van die handel.
2. Dit besluit verstaat onder:
a. groothandel in eieren of eiprodukten: het bedrijf van het kopen van eieren of eiprodukten en het verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;
b. het bedrijf van tussenpersoon in eieren of eiprodukten: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten met betrekking tot eieren of eiprodukten, of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van zodanige koop- en verkoopovereenkomsten;
c. eieren: kippe-, ganze-, parelhoender- en kalkoeneieren;
d. eiprodukten: produkten, welke voor ten minste 50 gewichtsprocenten zijn samengesteld uit de van schaal en schaalvliezen ontdane, gehele of gedeeltelijke inhoud van eieren;
e. wet: Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder groothandel in eieren of eiprodukten mede het in het kader van de exploitatie van een filiaalonderneming kopen en via een of meer centrale magazijnen over de filialen distribueren van eieren of eiprodukten, indien de onderneming ten minste tien filialen omvat.
4. Dit besluit verstaat onder groothandel in eieren of eiprodukten niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel in eieren of eiprodukten en onder het bedrijf van tussenpersoon in eieren of eiprodukten niet het bedrijf van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van die handel.