BWBR0002134
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel 3
Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven
1. Personen van wie de overlevering overeenkomstig artikel 1door een andere staat wordt verzocht, kunnen, voor zover zij zich niet reeds in verzekerde bewaring bevinden, worden aangehouden.
2. Het bevel van aanhouding moet hun binnen tweemaal vierentwintig uren worden betekend.
3. De op en bij hen zijnde voorwerpen kunnen worden in beslag genomen.
4. Binnen vierentwintig uren na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
5. Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de aanhouding in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft plaatsgevonden. In dat geval wordt de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam binnen vierentwintig uren na de aanhouding daarvan kennis gegeven.
2. Het bevel van aanhouding moet hun binnen tweemaal vierentwintig uren worden betekend.
3. De op en bij hen zijnde voorwerpen kunnen worden in beslag genomen.
4. Binnen vierentwintig uren na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
5. Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de aanhouding in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft plaatsgevonden. In dat geval wordt de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam binnen vierentwintig uren na de aanhouding daarvan kennis gegeven.