BWBR0002128
Geldig vanaf 1954-01-16
Artikel 58
Wet op de Watersnoodschade 1953
1. In bijzondere gevallen, waarin de bepalingen van deze wet, in strijd met haar strekking, tot onbillijkheid leiden, is Onze Minister van Financiën bevoegd een bijdrage of een hogere bijdrage, in afwijking van die bepalingen, te verlenen.
2. Hetzelfde geldt, indien vaststaat, dat de te verlenen bijdrage voor objecten van openbaar nut zal worden besteed, dan wel voor objecten van geestelijk of cultureel belang zal worden gebezigd.
3. In elk geval wordt toepassing gegeven aan het bepaalde in lid 1, indien de rechthebbende op een bijdrage verlies heeft geleden van of schade heeft geleden aan een goed, hetwelk hij heeft aangeschaft ter besteding van een bijdrage, welke hem als oorlogsgetroffene ingevolge de Wet op de Materiële Oorlogsschaden is verleend, dan wel een goed, hetwelk hij heeft aangeschaft ter vervanging van vorenbedoeld goed.
2. Hetzelfde geldt, indien vaststaat, dat de te verlenen bijdrage voor objecten van openbaar nut zal worden besteed, dan wel voor objecten van geestelijk of cultureel belang zal worden gebezigd.
3. In elk geval wordt toepassing gegeven aan het bepaalde in lid 1, indien de rechthebbende op een bijdrage verlies heeft geleden van of schade heeft geleden aan een goed, hetwelk hij heeft aangeschaft ter besteding van een bijdrage, welke hem als oorlogsgetroffene ingevolge de Wet op de Materiële Oorlogsschaden is verleend, dan wel een goed, hetwelk hij heeft aangeschaft ter vervanging van vorenbedoeld goed.