BWBR0002111
Geldig vanaf 1953-08-01
Artikel 54
Inkwartieringswet
1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
a. hij aan wiens schuld te wijten is, dat aan een krachtens deze wet gedane vordering niet of niet geheel wordt voldaan;
b. hij aan wiens schuld te wijten is, dat een ingebruik- of ineigendomneming van een goed krachtens artikel 28 wordt verhinderd of belemmerd;
c. hij aan wiens schuld te wijten is dat een maatregel, welke door Onze Minister krachtens de eerste of tweede afdeling van hoofdstuk III wordt getroffen, wordt verhinderd of belemmerd, of dat een verplichting welke uit deze afdelingen voortvloeit niet wordt nagekomen.
2. Indien een van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten wordt begaan, terwijl de artikelen 28, 29en 35in werking zijn gesteld, wordt de in het eerste lid bedreigde gevangenisstraf verdubbeld.
a. hij aan wiens schuld te wijten is, dat aan een krachtens deze wet gedane vordering niet of niet geheel wordt voldaan;
b. hij aan wiens schuld te wijten is, dat een ingebruik- of ineigendomneming van een goed krachtens artikel 28 wordt verhinderd of belemmerd;
c. hij aan wiens schuld te wijten is dat een maatregel, welke door Onze Minister krachtens de eerste of tweede afdeling van hoofdstuk III wordt getroffen, wordt verhinderd of belemmerd, of dat een verplichting welke uit deze afdelingen voortvloeit niet wordt nagekomen.
2. Indien een van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten wordt begaan, terwijl de artikelen 28, 29en 35in werking zijn gesteld, wordt de in het eerste lid bedreigde gevangenisstraf verdubbeld.