BWBR0002110
Geldig vanaf 1953-06-01
Artikel 11
Besluit ex artikel 8 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië
1. De voorzitter, de tweede voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen worden ontslagen:
a. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wegens verandering van woonplaats.
2. Anders dan op hun aanvraag worden zij ontslagen:
a. bij gebleken ongeschiktheid ten gevolge van ziekte;
b. wanneer zij in strijd handelen met de verplichtingen, waartoe zij zich onder ede (verklaring of belofte) hebben verbonden;
c. indien zij rechtstreeks of zijdelings in dienst treden van of werkzaam worden gesteld bij de Republiek Indonesië of een overheidslichaam of overheidsinstelling van die Republiek.
3. Ontslag wordt verleend door het tot benoeming bevoegde gezag.
a. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wegens verandering van woonplaats.
2. Anders dan op hun aanvraag worden zij ontslagen:
a. bij gebleken ongeschiktheid ten gevolge van ziekte;
b. wanneer zij in strijd handelen met de verplichtingen, waartoe zij zich onder ede (verklaring of belofte) hebben verbonden;
c. indien zij rechtstreeks of zijdelings in dienst treden van of werkzaam worden gesteld bij de Republiek Indonesië of een overheidslichaam of overheidsinstelling van die Republiek.
3. Ontslag wordt verleend door het tot benoeming bevoegde gezag.