BWBR0002108
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 10
Stoomwet
1. Het is verboden een stoomtoestel of een damptoestel, welke ingevolge artikel 4, lid 1, aan keuring is onderworpen, in werking te brengen of in werking te hebben zonder in het bezit te zijn van een geldige vergunning.
2. Het is verboden een stoomtoestel of damptoestel in werking te brengen of in werking te hebben onder andere omstandigheden of op andere wijze, dan in het vergunningsbewijs is aangegeven.
3. Het is verboden een stoomtoestel of damptoestel in werking te hebben, wanneer een daartoe door Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar namens hem of een door Onze Minister aangewezen dienst, instelling, onderzoekingsbureau of onderneming aan de gebruiker schriftelijk heeft medegedeeld, dat het gebruik van het toestel gevaar oplevert, zelfs indien voor dit toestel een vergunning is verleend.
2. Het is verboden een stoomtoestel of damptoestel in werking te brengen of in werking te hebben onder andere omstandigheden of op andere wijze, dan in het vergunningsbewijs is aangegeven.
3. Het is verboden een stoomtoestel of damptoestel in werking te hebben, wanneer een daartoe door Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar namens hem of een door Onze Minister aangewezen dienst, instelling, onderzoekingsbureau of onderneming aan de gebruiker schriftelijk heeft medegedeeld, dat het gebruik van het toestel gevaar oplevert, zelfs indien voor dit toestel een vergunning is verleend.