BWBR0002097
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 5
Wet verplaatsing bevolking
1. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
De burgemeester kan in zijn gemeente met betrekking tot de verplaatsing van bevolking bij verordening gedragsregels en andere voorschriften vaststellen. Hij kan in bijzondere gevallen bevelen geven.
2. De verordeningen worden bekendgemaakt door plaatsing in het gemeenteblad en worden voor zoveel nodig ook op een andere door de burgemeester te bepalen wijze algemeen bekendgemaakt. Zij worden terstond aan Onze Commissaris in de provincie medegedeeld.
3. De verordeningen kunnen, voor zover zij met de wetten of het algemeen belang strijden, door Ons worden geschorst binnen een maand, nadat zij ter kennis van Onze Commissaris in de provincie zijn gebracht. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze Commissaris in de provincie overgaan tot voorlopige buitenwerkingstelling voor ten hoogste veertien dagen; alsdan doet hij hiervan onmiddellijk mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
4. De verordeningen kunnen in de gevallen, bedoeld in het derde lid, door Ons worden vernietigd.
5. De artikelen 274tot en met 280 van de Gemeentewet( Stb. 1992, 96) zijn van toepassing.
6. Bevelen worden, indien mogelijk, schriftelijk gegeven.
De burgemeester kan in zijn gemeente met betrekking tot de verplaatsing van bevolking bij verordening gedragsregels en andere voorschriften vaststellen. Hij kan in bijzondere gevallen bevelen geven.
2. De verordeningen worden bekendgemaakt door plaatsing in het gemeenteblad en worden voor zoveel nodig ook op een andere door de burgemeester te bepalen wijze algemeen bekendgemaakt. Zij worden terstond aan Onze Commissaris in de provincie medegedeeld.
3. De verordeningen kunnen, voor zover zij met de wetten of het algemeen belang strijden, door Ons worden geschorst binnen een maand, nadat zij ter kennis van Onze Commissaris in de provincie zijn gebracht. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze Commissaris in de provincie overgaan tot voorlopige buitenwerkingstelling voor ten hoogste veertien dagen; alsdan doet hij hiervan onmiddellijk mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
4. De verordeningen kunnen in de gevallen, bedoeld in het derde lid, door Ons worden vernietigd.
5. De artikelen 274tot en met 280 van de Gemeentewet( Stb. 1992, 96) zijn van toepassing.
6. Bevelen worden, indien mogelijk, schriftelijk gegeven.