BWBR0002083
Geldig vanaf 1951-12-22
Artikel 14
Wet onderstandsregeling ingevolge artikel 2 van de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië
1. Bij dienstbeëindiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002060/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, lid 2 van de Garantiewet</a>worden, in afwachting van de beslissing van een commissie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002060/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van die wet</a>, de volgende onderstanden toegekend:
a. aan overheidsdienaren in vaste dienst een onderstand, berekend als in de artikelen 3 en 4 is aangegeven;
b. aan overheidsdienaren in tijdelijke dienst sedert een aan 1 Maart 1942 voorafgaand tijdstip, een onderstand, berekend als in de artikelen 9 en 10 is aangegeven;
c. aan hen, die werkzaam waren op een kortverband, waaraan recht op vrije overtocht naar Nederland is verbonden, een onderstand, berekend als in de artikelen 9 en 10 is aangegeven, met dien verstande, dat deze onderstand vervalt, indien de betrokkene zich niet binnen een maand na dienstneerlegging tot de bevoegde commissie, als bedoeld in artikel 8 van de Garantiewet, heeft gewend.
2. Indien aan de betrokken overheidsdienaren op grond van <a href="/wet/BWBR0002060/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Garantiewet</a>een andere uitkering wordt toegekend, treedt de laatstgenoemde uitkering, gerekend van de datum van dienstbeëindiging in de plaats van de onderstand, bedoeld in het vorige lid.
a. aan overheidsdienaren in vaste dienst een onderstand, berekend als in de artikelen 3 en 4 is aangegeven;
b. aan overheidsdienaren in tijdelijke dienst sedert een aan 1 Maart 1942 voorafgaand tijdstip, een onderstand, berekend als in de artikelen 9 en 10 is aangegeven;
c. aan hen, die werkzaam waren op een kortverband, waaraan recht op vrije overtocht naar Nederland is verbonden, een onderstand, berekend als in de artikelen 9 en 10 is aangegeven, met dien verstande, dat deze onderstand vervalt, indien de betrokkene zich niet binnen een maand na dienstneerlegging tot de bevoegde commissie, als bedoeld in artikel 8 van de Garantiewet, heeft gewend.
2. Indien aan de betrokken overheidsdienaren op grond van <a href="/wet/BWBR0002060/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Garantiewet</a>een andere uitkering wordt toegekend, treedt de laatstgenoemde uitkering, gerekend van de datum van dienstbeëindiging in de plaats van de onderstand, bedoeld in het vorige lid.