BWBR0002079
Geldig vanaf 1951-08-08
Artikel 3
Belemmeringenwet Landsverdediging
1. Wordt voor de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de landsverdediging bij enige wet, Koninklijk besluit of verordening een vergunning gevorderd, dan kunnen Wij op voordracht van Onze Minister deze vergunning verlenen, indien Wij dit om redenen van spoed nodig achten.
2. Wij zijn bij het verlenen van deze vergunning niet gebonden aan de regelen en de vereisten, welke de wet, het Koninklijk besluit of de verordening, bij welke de vergunning wordt gevorderd, voor het verlenen van die vergunning stelt.
2. Wij zijn bij het verlenen van deze vergunning niet gebonden aan de regelen en de vereisten, welke de wet, het Koninklijk besluit of de verordening, bij welke de vergunning wordt gevorderd, voor het verlenen van die vergunning stelt.