BWBR0002073
Geldig vanaf 1951-04-19
Artikel 5a
Besluit tot verhoging van de uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een toeslag
1. Degene, die een uitkering geniet krachtens de in artikel 1genoemde regeling, heeft, te rekenen van 1 Januari 1950 of van het later tijdstip, waarop de uitkering is ingegaan of zal ingaan, recht op een extra-toeslag, tot het bedrag van de kindertoelage, waarop hij recht zou hebben krachtens de Kindertoelagewet voor gepensionneerden, indien hij instede van de vorenbedoelde uitkering een pensioen tot een gelijk bedrag zou genieten.
2. In afwijking van het eerste lid bestaat voor degene, die een uitkering geniet krachtens de in artikel 1genoemde regeling en voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet, slechts recht op de in het eerste lid bedoelde extra-toeslag voor zoveel deze meer bedraagt dan evengenoemde kinderbijslag.
2. In afwijking van het eerste lid bestaat voor degene, die een uitkering geniet krachtens de in artikel 1genoemde regeling en voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet, slechts recht op de in het eerste lid bedoelde extra-toeslag voor zoveel deze meer bedraagt dan evengenoemde kinderbijslag.