BWBR0002064
Geldig vanaf 1950-10-01
Artikel 4
Statistiekwet 1950
1. Hij die, voor zich zelf of voor een ander, een aangifte doet als bedoeld is bij artikel 2, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:
1°. indien de soort, het land van herkomst of het land van bestemming van de goederen onjuist is aangegeven;
2°. indien de hoeveelheid of de waarde van de goederen meer dan tien ten honderd te hoog of te laag is aangegeven;
3°. indien goederen op het tijdstip waarop zij worden geplaatst onder de douaneregeling bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk een buitenlandse bestemming hebben, zonder dat van die bestemming in de aangifte melding is gemaakt;
4°. indien goederen zijn aangegeven voor de doauneregeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder h, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk tevoren overeenkomstig artikel 4, onderdeel 16, onder a, van voornoemde verordening in Nederland in het vrije verkeer zijn gebracht, zonder dat daarvan in de aangifte melding is gemaakt.
2. Hij die niet voldoet aan een hem krachtens artikel 2opgelegde verplichting wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
1°. indien de soort, het land van herkomst of het land van bestemming van de goederen onjuist is aangegeven;
2°. indien de hoeveelheid of de waarde van de goederen meer dan tien ten honderd te hoog of te laag is aangegeven;
3°. indien goederen op het tijdstip waarop zij worden geplaatst onder de douaneregeling bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk een buitenlandse bestemming hebben, zonder dat van die bestemming in de aangifte melding is gemaakt;
4°. indien goederen zijn aangegeven voor de doauneregeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder h, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk tevoren overeenkomstig artikel 4, onderdeel 16, onder a, van voornoemde verordening in Nederland in het vrije verkeer zijn gebracht, zonder dat daarvan in de aangifte melding is gemaakt.
2. Hij die niet voldoet aan een hem krachtens artikel 2opgelegde verplichting wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.