BWBR0002058
Geldig vanaf 1950-02-15
Artikel 8
Wet op de Sociaal-Economische Raad
1. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers treden om de twee jaren tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
2. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag bekomen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van de Raad.
3. Hij, die tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degeen, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Hij, die in het geval van zeteluitbreiding tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd, treedt tegelijk met de overige leden van de Raad en hun plaatsvervangers af op het tijdstip, genoemd in het eerste lid.
2. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag bekomen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van de Raad.
3. Hij, die tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degeen, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Hij, die in het geval van zeteluitbreiding tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd, treedt tegelijk met de overige leden van de Raad en hun plaatsvervangers af op het tijdstip, genoemd in het eerste lid.