BWBR0002046
Geldig vanaf 1949-03-01
Artikel 8
Beschikking overdracht en aflossing Grootboek 1946
1. De jaarlijkse aflossing zal geschieden op 1 November, voor de eerste maal op 1 November 1949, telkens naar de stand aan het begin van de dienst op 1 October daaraan voorafgaande, en wel in:
2. Indien in enig jaar het af te lossen bedrag, als in lid 1 aangegeven, verhoogd met de schuld, die in het aan de aflossing voorafgaande tijdvak van 1 October tot 30 September wegens betaling van zekerheidstellingen en heffingen is gedelgd, lager zou zijn dan 1/47ste deel van het op 1 maart 1949 uitstaande restant der schuld, zal het dermate worden verhoogd, dat, met inbegrip van de delging door belastingbetaling, ten minste genoemd 1/47ste deel wordt gedelgd. De bevoegdheid tot versterkte delging blijft gehandhaafd.
2. Indien in enig jaar het af te lossen bedrag, als in lid 1 aangegeven, verhoogd met de schuld, die in het aan de aflossing voorafgaande tijdvak van 1 October tot 30 September wegens betaling van zekerheidstellingen en heffingen is gedelgd, lager zou zijn dan 1/47ste deel van het op 1 maart 1949 uitstaande restant der schuld, zal het dermate worden verhoogd, dat, met inbegrip van de delging door belastingbetaling, ten minste genoemd 1/47ste deel wordt gedelgd. De bevoegdheid tot versterkte delging blijft gehandhaafd.