BWBR0002040
Geldig vanaf 1948-05-19
Artikel 21
Wet overgang bijzondere rechtspleging
1. Met ingang van de dag, waarop in enig gebied de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de arrondissements-rechtbanken is overgegaan, kan in dat gebied in geval van een gedraging, genoemd in artikel 1 van het Tribunaalbesluit, door de officier van justitie of de hulpofficier een bevel tot inverzekeringstelling en op vordering van de officier van justitie een bevel tot voorlopige hechtenis worden gegeven.
2. De artikelen 57-69, 73, 77-86, 88en 533 tot en met 536 van het Wetboek van Strafvorderingzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat hetgeen in die artikelen omtrent de rechter-commissaris, de rechtbank en de rechter is bepaald, ten deze geldt voor de krachtens artikel 17, tweede lid, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegde kantonrechter binnen het rechtsgebied van de rechtbank, waarbij de officier van justitie is geplaatst. Artikel 9is van overeenkomstige toepassing.
3. Een vordering van de officier van justitie tot verlening of verlenging van een bevel tot voorlopige hechtenis geldt als verlening van een fiatbehandeling.
2. De artikelen 57-69, 73, 77-86, 88en 533 tot en met 536 van het Wetboek van Strafvorderingzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat hetgeen in die artikelen omtrent de rechter-commissaris, de rechtbank en de rechter is bepaald, ten deze geldt voor de krachtens artikel 17, tweede lid, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegde kantonrechter binnen het rechtsgebied van de rechtbank, waarbij de officier van justitie is geplaatst. Artikel 9is van overeenkomstige toepassing.
3. Een vordering van de officier van justitie tot verlening of verlenging van een bevel tot voorlopige hechtenis geldt als verlening van een fiatbehandeling.