BWBR0001998
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 7
Wet behoud scheepsruimte 1939
1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
a. de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve;
b. de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van Rijkswaterstaat;
c. de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen;
d. de Nederlandsche consulaire ambtenaren.
2. Processen-verbaal opgemaakt door een ambtenaar als bedoeld in onderdeel d, gelden als wettig bewijsmiddel, mits zij bevestigd worden door zijn daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).
a. de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve;
b. de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van Rijkswaterstaat;
c. de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen;
d. de Nederlandsche consulaire ambtenaren.
2. Processen-verbaal opgemaakt door een ambtenaar als bedoeld in onderdeel d, gelden als wettig bewijsmiddel, mits zij bevestigd worden door zijn daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).