BWBR0001995
Geldig vanaf 1939-07-01
Artikel 3
Wet medewerking verdedigingsvoorbereiding
1. Alvorens tot een vordering, als bedoeld in artikel 2, wordt besloten, zal Onze daartoe aangewezen Minister overleg plegen met den betrokken persoon of het betrokken lichaam.
2. Wanneer zoodanig overleg zou moeten plaats hebben met een groep van personen of lichamen, die eenzelfde beroep, bedrijf of werkzaamheid uitoefenen of bij wie met betrekking tot de te vorderen medewerking overeenkomstige belangen aanwezig zijn, kan de Minister het overleg plegen met enkele dier personen of lichamen, door hem aan te wijzen. De aanwijzing geschiedt bij voorkeur, nadat de beroeps- of bedrijfsorganisaties der betrokkenen terzake zijn gehoord.
2. Wanneer zoodanig overleg zou moeten plaats hebben met een groep van personen of lichamen, die eenzelfde beroep, bedrijf of werkzaamheid uitoefenen of bij wie met betrekking tot de te vorderen medewerking overeenkomstige belangen aanwezig zijn, kan de Minister het overleg plegen met enkele dier personen of lichamen, door hem aan te wijzen. De aanwijzing geschiedt bij voorkeur, nadat de beroeps- of bedrijfsorganisaties der betrokkenen terzake zijn gehoord.