BWBR0001993
Geldig vanaf 1939-01-11
Artikel 3
Wet tot regeling van pensioenen reserve-officieren der Koninklijke landmacht
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid zal ten aanzien van de in artikel 1dezer wet bedoelde reserve-officieren de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht ( Staatsblad1923, No. 356) geen toepassing vinden.
2. Indien in eenig geval pensionneering van de in artikel 1dezer wet bedoelde reserve-officieren met toepassing van deze wet voor hen minder voordeelig mocht blijken te zijn dan pensionneering krachtens de bepalingen der Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht ( Staatsblad1923, No. 356) en die der wetten, waarbij die wet is of nog zal worden aangevuld of gewijzigd, blijft pensionneering ingevolge deze wet achterwege en zal het pensioen worden geregeld met inachtneming van evenbedoelde bepalingen.
2. Indien in eenig geval pensionneering van de in artikel 1dezer wet bedoelde reserve-officieren met toepassing van deze wet voor hen minder voordeelig mocht blijken te zijn dan pensionneering krachtens de bepalingen der Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht ( Staatsblad1923, No. 356) en die der wetten, waarbij die wet is of nog zal worden aangevuld of gewijzigd, blijft pensionneering ingevolge deze wet achterwege en zal het pensioen worden geregeld met inachtneming van evenbedoelde bepalingen.