BWBR0001976
Geldig vanaf 13-07-1936
Artikel 3
Besluit ex artikel 2 Marinescheepsongevallenwet
1. Alvorens zitting te nemen, legt de voorzitter in handen van den Minister, en leggen de leden, de plaatsvervangende voorzitter, de plaatsvervangende leden, de secretaris, de plaatsvervangende secretaris, zoomede de deskundige raadgevers, aan den Raad toegevoegd ingevolge het bepaalde in artikel 3, vierde lid, der wet, in handen van den voorzitter, de(n) volgende(n) eed (belofte) af:
"Ik zweer (beloof) dat ik de functie van (voorzitter, lid, enz.) van den Marineraad overeenkomstig de voorschriften, bij en krachtens de Marinescheepsongevallenwet (Staatsblad 1935, n°. 531) gegeven, nauwgezet en onpartijdig zonder aanzien van personen zal waarnemen.
Zoo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik)".
2. Bij dadelijke herbenoeming wordt aflegging van een nieuwe(n) eed (belofte) niet geëischt.
"Ik zweer (beloof) dat ik de functie van (voorzitter, lid, enz.) van den Marineraad overeenkomstig de voorschriften, bij en krachtens de Marinescheepsongevallenwet (Staatsblad 1935, n°. 531) gegeven, nauwgezet en onpartijdig zonder aanzien van personen zal waarnemen.
Zoo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik)".
2. Bij dadelijke herbenoeming wordt aflegging van een nieuwe(n) eed (belofte) niet geëischt.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001976
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl