BWBR0001965
Geldig vanaf 1935-09-04
Artikel 8
Radio-Omroep-Zender-Wet 1935
1. De Raad van Beheer legt aan de algemene vergadering van aandeelhouders in elk geval ter vaststelling voor:
a. de jaarlijkse investeringsbegroting en de begroting van baten en lasten;
b. een meerjarenplan indien voor bepaalde projecten de daarvoor benodigde investeringen zich over meer dan één jaar uitstrekken.
2. Bij koninklijk besluit kunnen worden vernietigd beslissingen van de Raad van Beheer tot:
a. het ter hand nemen van werkzaamheden en het verrichten van de taken anders dan bedoeld in artikel 1, onder a. en b.;
b. het aangaan van overeenkomsten met buitenlandse ondernemingen;
c. het vaststellen van de plaats, waar de zenders gebouwd zullen worden;
d. het aangaan van overeenkomsten, die eenzijdig bezwarend zijn voor de Vennootschap.
3. Een beslissing als bedoeld in het tweede lid, wordt door de voorzitter van de Raad van Beheer aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen toegezonden, binnen twee weken nadat zij is genomen.
4. De afdelingen 10.2.2en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een beslissing niet kan worden vernietigd, indien vier weken zijn verstreken na de in het derde lid bedoelde toezending.
a. de jaarlijkse investeringsbegroting en de begroting van baten en lasten;
b. een meerjarenplan indien voor bepaalde projecten de daarvoor benodigde investeringen zich over meer dan één jaar uitstrekken.
2. Bij koninklijk besluit kunnen worden vernietigd beslissingen van de Raad van Beheer tot:
a. het ter hand nemen van werkzaamheden en het verrichten van de taken anders dan bedoeld in artikel 1, onder a. en b.;
b. het aangaan van overeenkomsten met buitenlandse ondernemingen;
c. het vaststellen van de plaats, waar de zenders gebouwd zullen worden;
d. het aangaan van overeenkomsten, die eenzijdig bezwarend zijn voor de Vennootschap.
3. Een beslissing als bedoeld in het tweede lid, wordt door de voorzitter van de Raad van Beheer aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen toegezonden, binnen twee weken nadat zij is genomen.
4. De afdelingen 10.2.2en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een beslissing niet kan worden vernietigd, indien vier weken zijn verstreken na de in het derde lid bedoelde toezending.