BWBR0001952
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 3
Wet ambtenaren defensie
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:55" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:55, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedraagt de beslistermijn zes maanden, indien een of meer belanghebbenden, getuigen of deskundigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
4. Indien dringende redenen van operationele aard verhinderen dat binnen de in het derde lid bedoelde termijn wordt beslist, kan deze termijn ten hoogste twee keer met drie maanden worden verlengd.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:55" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:55, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedraagt de beslistermijn zes maanden, indien een of meer belanghebbenden, getuigen of deskundigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
4. Indien dringende redenen van operationele aard verhinderen dat binnen de in het derde lid bedoelde termijn wordt beslist, kan deze termijn ten hoogste twee keer met drie maanden worden verlengd.