BWBR0001939
Geldig vanaf 2000-12-28
Artikel 10
Natuurschoonwet 1928
1. Voor de toepassing van de artikelen 7a, eerste lid, onderdeel a, en 8aen de artikelen 9aen 9c van deze wet, alsmede van <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>(Stb. 469) en <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/10.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>worden onroerende zaken die gedurende de op de voet van artikel 4, tweede lid, vastgestelde termijn niet opnieuw kunnen worden aangemerkt als een landgoed, gelijkgesteld met landgoederen.
2. Indien op de voet van artikel 4, tweede lid, een termijn is vastgesteld, wordt het tijdvak van 25 jaren als bedoeld in artikel 8en in artikel 9cmet die termijn verlengd.
2. Indien op de voet van artikel 4, tweede lid, een termijn is vastgesteld, wordt het tijdvak van 25 jaren als bedoeld in artikel 8en in artikel 9cmet die termijn verlengd.