BWBR0001923
Geldig vanaf 1925-06-08
Artikel 2
Wet herziening bedingen bij erfstelling of legaat
1. Het verzoek wordt aan den Hoogen Raad gedaan bij met redenen omkleed verzoekschrift.
2. Indien het strekt tot herziening van een beding, wordt in het verzoekschrift medegedeeld, hoedanige herziening wordt gewenscht.
3. Op het verzoek worden de afstammelingen in de rechte lijn tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en de echtgenoot van den erflater gehoord, althans op door den Hoogen Raad te bepalen wijze daartoe opgeroepen.
4. De Hooge Raad hoort, indien hij dit noodig acht, getuigen en deskundigen.
5. Alle verhooren hebben in het openbaar plaats.
6. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, opmerkingen te maken naar aanleiding van de door de gehoorde personen afgelegde verklaringen en het verzoek mondeling toe te lichten.
7. De Hooge Raad is ambtshalve bevoegd een beding, waarvan de vervallen-verklaring is verzocht, te herzien, alsmede een beding op andere wijze te herzien dan is verzocht.
2. Indien het strekt tot herziening van een beding, wordt in het verzoekschrift medegedeeld, hoedanige herziening wordt gewenscht.
3. Op het verzoek worden de afstammelingen in de rechte lijn tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en de echtgenoot van den erflater gehoord, althans op door den Hoogen Raad te bepalen wijze daartoe opgeroepen.
4. De Hooge Raad hoort, indien hij dit noodig acht, getuigen en deskundigen.
5. Alle verhooren hebben in het openbaar plaats.
6. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, opmerkingen te maken naar aanleiding van de door de gehoorde personen afgelegde verklaringen en het verzoek mondeling toe te lichten.
7. De Hooge Raad is ambtshalve bevoegd een beding, waarvan de vervallen-verklaring is verzocht, te herzien, alsmede een beding op andere wijze te herzien dan is verzocht.