BWBR0001917
Geldig vanaf 1920-01-01
Artikel 2
Wet tot regeling pensioenen voor de reserve-adjudanten-onderofficier van de landmacht
1. De in artikel 1bedoelde onderofficieren worden beschouwd als vrijwillig dienende militairen in den zin van artikel 2der Militaire Weduwenwet 1922, ook al zouden zij reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen aanspraak op pensioen hebben op grond van voormelde wet.
2. Onderofficieren, als in artikel 1bedoeld, die in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Juli 1922 als zoodanig zijn gepensionneerd, worden uit dien hoofde van 1 Januari 1920 af beschouwd als gepensionneerde militairen in den zin van artikel 3 onder ader Militaire Weduwenwet 1922, ongeacht of zij al dan niet reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen uitzicht hadden op pensioen ten laste van het weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht.
2. Onderofficieren, als in artikel 1bedoeld, die in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Juli 1922 als zoodanig zijn gepensionneerd, worden uit dien hoofde van 1 Januari 1920 af beschouwd als gepensionneerde militairen in den zin van artikel 3 onder ader Militaire Weduwenwet 1922, ongeacht of zij al dan niet reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen uitzicht hadden op pensioen ten laste van het weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht.