BWBR0001900
Geldig vanaf 2002-12-31
Artikel 68
Veewet
1. Het is verboden vers vlees uit te voeren, te pogen uit te voeren of aan een middel van vervoer ten uitvoer aan te bieden, tenzij de zending overeenkomstig door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gestelde regelen voorzien is van een of meer merken of bewijsstukken, aangebracht of afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek ten bewijze, dat voldaan is aan de met het oog op de uitvoer door hem gestelde eisen met betrekking tot:
a. de toestand van de dieren, waarvan het vlees afkomstig is, vóór het slachten;
b. de toestand van het vlees na het slachten;
c. de inrichting en uitrusting der slachthuizen en uitsnijderijen;
d. de hygiëne bij het slachten en bij de be- en verwerking van het vlees;
e. de inrichting van de koelhuizen en de opslag hierin;
f. de inlading, het vervoer en de vervoermiddelen;
g. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties zulks meebrengt.
2. Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid kan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorts regelen stellen met betrekking tot:
a. de plaatsen waar, alsmede de tijdruimten waarbinnen, de keuring kan plaatsvinden;
b. de wijze van keuring vóór en na het slachten;
c. de wijze van slachten.
a. de toestand van de dieren, waarvan het vlees afkomstig is, vóór het slachten;
b. de toestand van het vlees na het slachten;
c. de inrichting en uitrusting der slachthuizen en uitsnijderijen;
d. de hygiëne bij het slachten en bij de be- en verwerking van het vlees;
e. de inrichting van de koelhuizen en de opslag hierin;
f. de inlading, het vervoer en de vervoermiddelen;
g. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties zulks meebrengt.
2. Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid kan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorts regelen stellen met betrekking tot:
a. de plaatsen waar, alsmede de tijdruimten waarbinnen, de keuring kan plaatsvinden;
b. de wijze van keuring vóór en na het slachten;
c. de wijze van slachten.