BWBR0001893
Geldig vanaf 1918-07-29
Artikel XII
Wet tot ontginning van steenzout bij Buurse
1. Alvorens een boorgat wordt verlaten, moet het tot op eene hoogte van 100 Meter van den bodem af, zoodanig met waterdichte stoffen worden gevuld, dat het binnendringen van water van het dekterrein in de dieper gelegen aardlagen verhinderd wordt.
2. Indien zoutlagen of zoutbronnen zijn doorboord, moet deze vulling worden voortgezet tot 100 Meter boven de hoogst gelegen zout of zoutoplossing bevattende aardlaag.
3. De Hoofdingenieur der Mijnen is bevoegd vulling over meer dan 100 Meter voor te schrijven.
4. Is het boorgat minder dan 100 Meter diep, dan moet het tot aan de aardoppervlakte gevuld worden.
5. Bij gebruik van waterdichte bekleedingsbuizen moet, indien deze buizen weer worden uitgetrokken, de vulling gelijktijdig met dit uittrekken plaats hebben.
2. Indien zoutlagen of zoutbronnen zijn doorboord, moet deze vulling worden voortgezet tot 100 Meter boven de hoogst gelegen zout of zoutoplossing bevattende aardlaag.
3. De Hoofdingenieur der Mijnen is bevoegd vulling over meer dan 100 Meter voor te schrijven.
4. Is het boorgat minder dan 100 Meter diep, dan moet het tot aan de aardoppervlakte gevuld worden.
5. Bij gebruik van waterdichte bekleedingsbuizen moet, indien deze buizen weer worden uitgetrokken, de vulling gelijktijdig met dit uittrekken plaats hebben.