BWBR0001886
Geldig vanaf 2021-06-07
Artikel 16l
Auteurswet
1. De betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 16h, dient te geschieden aan een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aan te wijzen, naar zijn oordeel representatieve rechtspersoon, die met uitsluiting van anderen belast is met de inning en de verdeling van deze vergoeding.
2. In aangelegenheden betreffende de inning van de vergoeding vertegenwoordigt de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, de makers of hun rechtverkrijgenden in en buiten rechte.
3. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, hanteert voor de verdeling van de geïnde vergoedingen een reglement. Het reglement behoeft de goedkeuring van het College van Toezicht, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten</a>.
4. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, staat onder toezicht van het College van Toezicht, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten</a>.
5. Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing voorzover degene die tot betaling van de vergoeding verplicht is, kan aantonen dat hij met de maker of zijn rechtverkrijgende overeengekomen is dat hij de vergoeding rechtstreeks aan deze zal betalen.
2. In aangelegenheden betreffende de inning van de vergoeding vertegenwoordigt de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, de makers of hun rechtverkrijgenden in en buiten rechte.
3. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, hanteert voor de verdeling van de geïnde vergoedingen een reglement. Het reglement behoeft de goedkeuring van het College van Toezicht, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten</a>.
4. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, staat onder toezicht van het College van Toezicht, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten</a>.
5. Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing voorzover degene die tot betaling van de vergoeding verplicht is, kan aantonen dat hij met de maker of zijn rechtverkrijgende overeengekomen is dat hij de vergoeding rechtstreeks aan deze zal betalen.