BWBR0001850
Geldig vanaf 1879-01-01
Artikel 4
Wet vernieuwing hypothecaire inschrijvingen
1. De vernieuwing, binnen den bij art. 1gestelden termijn aangevraagd, verzekert aan de belanghebbenden denzelfden rang en dezelfde regten, die zij door de inschrijving verkregen hadden.
2. Is de vroegere inschrijving binnen dien termijn niet vernieuwd, zoo houdt zij op van kracht te zijn, kan zij niet meer worden vernieuwd en wordt zij door den bewaarder der hypotheken op het door hem af te geven afschrift of getuigschrift, bedoeld in art. 1265 Burgerlijk Wetboek, niet vermeld.
3. De schuldeischer kan de binnen genoemden termijn niet vernieuwde inschrijving op nieuw doen bewerkstelligen overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, doch in dat geval worden de kracht en de rang bepaald naar de dagteekening der nieuwe inschrijving en is art. 3niet van toepassing.
2. Is de vroegere inschrijving binnen dien termijn niet vernieuwd, zoo houdt zij op van kracht te zijn, kan zij niet meer worden vernieuwd en wordt zij door den bewaarder der hypotheken op het door hem af te geven afschrift of getuigschrift, bedoeld in art. 1265 Burgerlijk Wetboek, niet vermeld.
3. De schuldeischer kan de binnen genoemden termijn niet vernieuwde inschrijving op nieuw doen bewerkstelligen overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, doch in dat geval worden de kracht en de rang bepaald naar de dagteekening der nieuwe inschrijving en is art. 3niet van toepassing.