BWBR0001842
Geldig vanaf 2010-03-18
Artikel 76c
Onteigeningswet
1. Onze voornoemde Minister kan bepalen, dat de burgemeester bepaalde soorten of hoeveelheden van genoemde waren in bezit zal nemen, alsmede dat van in bezit genomen waren gedeelten ter beschikking worden gesteld van den burgemeester eener andere gemeente tegen den prijs en op de wijze, door dien Minister te bepalen.
2. Voldoet de burgemeester niet onmiddellijk hieraan, dan geschiedt de inbezitneming en de terbeschikkingstelling van burgemeesters van andere gemeenten door dien Minister.
3. Alsdan wordt de schadeloosstelling bepaald op de wijze, bij artikel 76a tergeregeld, met dien verstande, dat de benoeming der schatters dan steeds geschiedt door dien Minister.
4. Het vierde en het laatste lid van artikel 76a terzijn ook in dit geval van toepassing, met dien verstande, dat de uitgave komt ten laste van de gemeente, te welker behoeve de waren zijn beschikbaar gesteld.
2. Voldoet de burgemeester niet onmiddellijk hieraan, dan geschiedt de inbezitneming en de terbeschikkingstelling van burgemeesters van andere gemeenten door dien Minister.
3. Alsdan wordt de schadeloosstelling bepaald op de wijze, bij artikel 76a tergeregeld, met dien verstande, dat de benoeming der schatters dan steeds geschiedt door dien Minister.
4. Het vierde en het laatste lid van artikel 76a terzijn ook in dit geval van toepassing, met dien verstande, dat de uitgave komt ten laste van de gemeente, te welker behoeve de waren zijn beschikbaar gesteld.