Rechtspraak Raad van State 2026-01-14
ECLI:NL:RVS:2026:82
202302594/1/A3. Datum uitspraak: 14 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant A], [appellant B], beiden wonend in Sittard-Geleen (hierna tezamen en in mannelijk enkelvoud: [appellanten]), appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 14 maart 2023 in zaak nr. 20/2918 in het geding tussen: [appellanten] en de V.O.F. en de burgemeester van Sittard-Geleen. Procesverloop Bij besluit van 23 april 2020 heeft de burgemeester de horeca-exploitatievergunning van [appellanten] ingetrokken. Bij besluit van 30 september 2020 heeft de burgemeester het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellanten] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak, gevoegd met zaak nummer 202302594/1/A3, op een zitting behandeld op 24 oktober 2025, waar [appellanten], mede als vertegenwoordiger van de V.O.F., vertegenwoordigd door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat in Sittard, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. E.A. De Bruijne, mr. R.A.H. Vlecken en P.M. Hellebrand, digitaal aan hebben deelgenomen. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. Overwegingen Inleiding 1. Bij besluit van 11 december 2018 heeft de burgemeester aan [appellanten] een vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf [lunchroom] aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen (hierna: MMA-meldingen) en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan in de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in de jas van de zoon van [appellanten] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden. 1.1. De burgemeester heeft vanwege het voorgaande bij besluit van 23 april 2020 de horeca-exploitatievergunning van [appellanten] ingetrokken op grond van artikel 2:28c, tweede lid, sub a van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen (hierna: de APV) en overeenkomstig het Horeca exploitatievergunningenbeleid (HEV) 2014 - 2018 gemeente Sittard-Geleen (hierna: het Horeca-exploitatievergunningenbeleid) en de daarbij horende bijlage 1B. De burgemeester heeft zich daarbij onder meer op het standpunt gesteld dat [appellanten] heeft toegestaan dan wel heeft gedoogd dat er drugs in [lunchroom] aanwezig waren. Dit besluit heeft hij in bezwaar gehandhaafd. 1.2. Daarnaast heeft de burgemeester bij besluit van 14 april 2020 de horeca-inrichting met ingang van 22 april 2020 gesloten voor twaalf maanden. De sluiting van de horeca-inrichting komt aan de orde in zaak 202302591/1/A3. De Afdeling heeft hierover in haar uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2026:81, geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de horeca-inrichting te sluiten en dat de sluiting van de horeca-inrichting voor twaalf maanden evenredig is. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid tot intrekking van de horeca-exploitatievergunning. De burgemeester mocht er van uitgaan dat [appellanten] wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs in [lunchroom]. De gevolgen van de intrekking voor [appellanten] zijn evenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, namelijk het algemeen belang en de bescherming van de openbare orde en veiligheid. De burgemeester heeft hieraan meer gewicht mogen toekennen 6.1. De burgemeester heeft zich in het besluit van 30 september 2020 op het standpunt gesteld dat de gevonden soft- en harddrugs, de digitale weegschalen, het stroomstootwapen, de cash en de Kamagra maken dat sprake is van een ernstige overtreding. In hoger beroep heeft de burgemeester verder toegelicht dat ook de omstandigheid dat [lunchroom] een openbaar toegankelijke horeca-inrichting in een woonwijk is, eraan heeft bijgedragen dat sprake is van een ernstige overtreding. De veiligheid van bezoekers kan, gelet op de aanwezigheid van de diverse verboden middelen, niet worden gegarandeerd. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de burgemeester zich, gelet op de in de bestuurlijke rapportage opgenomen bevindingen en zijn nadere toelichting, redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake was van een ernstige overtreding. Van een onduidelijk beleid is in dit geval geen sprake. Het betoog slaagt niet. Evenredigheid 7. [appellanten] betoogt ook dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gevolgen van de intrekking van de horeca-exploitatievergunning voor [appellanten] evenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Hiertoe voert hij aan dat [appellanten] zijn horeca helemaal niet meer kan exploiteren en daardoor financieel verlies lijdt. Daarnaast kan [appellanten] geen verwijt worden gemaakt en is hij niet strafbaar vervolgd. Ook voert hij aan dat het nemen van twee maatregelen, namelijk de intrekking van de horeca-exploitatievergunning én de sluiting van de horeca-inrichting voor twaalf maanden, onevenredig is. Dit heeft de rechtbank ten onrechte niet onderkend, aldus [appellanten]. 8. [appellanten] heeft zijn standpunt wat betreft het financieel verlies zowel in beroep als in hoger beroep niet onderbouwd. De rechtbank heeft gelet hierop geen aanleiding hoeven zien om te oordelen dat de burgemeester het algemeen belang en de bescherming van de openbare orde en veiligheid niet van groter belang heeft mogen achten dan de financiële belangen van [appellanten]. Verder heeft de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat van [appellanten] mocht worden verwacht dat hij op de hoogte was van wat zich in de horeca-inrichting afspeelde. Zo had hem in ieder geval op moeten vallen dat in de keuken hennep, hasj en Kamagra pillen lagen en achter de verkoopbalie een stroomstootwapen en Kamagra gels lagen. Hij had daarop actie moeten ondernemen. Naar het oordeel van de Afdeling valt [appellanten] wel een verwijt te maken. Dat hij niet strafrechtelijk is vervolgd, maakt dat niet anders. Wat betreft de cumulatie van de maatregelen heeft de burgemeester in hoger beroep toegelicht dat de maatregelen zijn gebaseerd op verschillende overtredingen en zijn genomen op grond van verschillende bevoegdheden. Op de zitting bij de Afdeling heeft de burgemeester nader toegelicht dat [appellanten] het vertrouwen van de burgemeester, mede op grond waarvan de burgemeester de horeca-exploitatievergunning heeft verstrekt, heeft verbroken. Gelet op deze feiten en omstandigheden en de toelichting van de burgemeester op de zitting is de Afdeling van oordeel dat de cumulatie van de intrekking van de horeca-exploitatievergunning en de sluiting van de horeca-inrichting voor twaalf maanden niet onevenredig is in verhouding tot de te dienen doelen. Het betoog slaagt niet. Overschrijding van de redelijke termijn 9. Tot slot betoogt [appellanten] dat de rechtbank in deze procedure niet met een enkele vaststelling van de overschrijding van de redelijke termijn had moeten volstaan. Dat er twee procedures zijn die nagenoeg op hetzelfde feitencomplex zijn gebaseerd laat onverlet dat het in deze procedure gaat om een intrekking van de horeca-exploitatievergunning die aan [appellanten] als natuurlijk persoon is verleend waar de V.O.F. geen partij is, terwijl het in de andere procedure gaat om een tijdelijke sluiting van de horeca-inrichting, waar de V.O.F. wel partij is. De rechtbank ha