ECLI:NL:RVS:2026:3670
202301278/1/R1. Datum uitspraak: 24 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant A] en [appellant B] (samen en in enkelvoud: [appellant]), wonend in Heiloo, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank NoordHolland van 13 januari 2023 in zaak nr. 21/6565 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heiloo. Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een uitweg voor de ontsluiting van het ongenummerde perceel aan de Zanderslootweg in Heiloo, ten zuidwesten van het perceel aan de [locatie]. Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college, voor zover van belang, besloten op de bezwaren van [partij A] en [partij B] (samen en in enkelvoud: [partij A]) en Bewonersvereniging Blockhovepark en Omgeving. Het college heeft het besluit van 9 juni 2021 herroepen en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd. Bij uitspraak van 13 januari 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 9 november 2021 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. [partij A], de bewonersvereniging en het college hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven. [partij A] en [appellant] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 december 2025, waar [appellanten] zijn verschenen en het college, via een videoverbinding vertegenwoordigd door mr. A.D.P. Guarracino, is verschenen. Verder zijn de bewonersvereniging, via een videoverbinding vertegenwoordigd door [gemachtigde], en [partij A] als partijen gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 16 februari 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding 2. Op 16 februari 2021 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg ingediend. Bij besluit van 9 april 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Naar aanleiding van het door [appellant] gemaakte bezwaar, heeft het college de weigering ingetrokken en de omgevingsvergunning alsnog verleend bij besluit van 9 juni 2021. Tegen dit besluit hebben, voor zover van belang, [partij A] en de bewonersvereniging bezwaar gemaakt. Het college heeft deze bezwaren bij besluit van 9 november 2021 gegrond verklaard, het besluit van 9 juni 2021 herroepen en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] gegrond verklaard, omdat het college in beroep een andere motivering ten grondslag heeft gelegd aan de weigering. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de gevraagde omgevingsvergunning terecht heeft geweigerd. Daarom heeft zij het besluit van 9 november 2021 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. [appellant] is het hier niet mee eens en komt in hoger beroep. Het hoger beroep 3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag om een vergunning moest weigeren op grond van artikel 2:12, derde lid, aanhef en onder f, van de Algemene plaatselijke verordening Heiloo 2017 (hierna: de APV). Daartoe stelt hij dat de uitweg niet ten koste gaat van openbaar groen. Tussen he