Rechtspraak Raad van State 2026-01-21
ECLI:NL:RVS:2026:331
202501634/1/A3. Datum uitspraak: 21 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Rotterdam, appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 februari 2025 in zaak nr. 24/6528 in het geding tussen: [appellant] en de burgemeester van Rotterdam. Procesverloop Bij besluit van 29 december 2023 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij mondelinge uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak op een hybride zitting behandeld op 9 januari 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. M. El Idrissi, advocaat in Rotterdam, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman, zijn verschenen. Verder is Woonstad Rotterdam, vertegenwoordigd door mr. R.H. Ruysendaal, advocaat in Rotterdam, op de zitting als partij gehoord. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] huurde een woning aan [locatie] in Rotterdam (hierna: de woning). De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende een tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Wat heeft de burgemeester besloten? 2. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 13 november 2023 (hierna: de bestuurlijke rapportage van 13 november 2023). In de bestuurlijke rapportage van 13 november 2023 staat dat de politie op 6 november 2023 om 04.35 uur een melding heeft ontvangen vanwege verdachte personen op het dak van de woning van [appellant]. De melder zag dat er twee mannen uit de woning kwamen rennen en dat [appellant] kort daarna zijn woning verliet. Nadat de verbalisanten de woning hadden betreden, zagen zij overal in de woning bloedspetters en een plastic tas waarin bruin poeder zat. Vervolgens is de woning met toestemming van de rechter-commissaris op grond van de Opiumwet doorzocht. Tijdens de doorzoeking hebben de verbalisanten 11,8 kilogram heroïne, 2,6 kilogram cocaïne, 87,7 gram MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine), 3,4 kilogram aan verschillende versnijdingsmiddelen, €96.200,00 aan contant geld, een huls, meerdere iPhones en meerdere gasmaskers in de woning aangetroffen. Een getuige heeft verklaard mogelijk schoten te hebben gehoord vanuit de woning. Verder komt [appellant] voor in de politiesystemen vanwege onder meer geweldsdelicten en delicten op grond van de Opiumwet en de Wet Wapens en munitie. Mede gelet op het voorgaande heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een ernstig geval. De burgemeester heeft daarom op grond van artikel 13b van de Opiumwet en de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2022 de woning voor drie maanden gesloten. Uitspraak van de rechtbank 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het noodzakelijk is om de woning te sluiten. De burgemeester mocht zich op het standpunt stellen dat sprake is van een ernstig geval, omdat er bijna vijftien kilogram harddrugs in de woning is aangetroffen. In combinatie met wat nog meer in de woning is aangetroffen, zoals een contant geldbedrag van €96.200,00 en versnijdingsmiddelen, mocht de burgemeester ook aannemen dat de woning een rol speelde in de keten van drugshandel. Dat levert op zichzelf al een belang op bij woningsluiting. Tussen de politie-inval en het besluit van 29 december 2023 zit ongeveer anderhalve maand. Die periode is niet zo lang dat sluiting geen doel meer zou dienen. Daarnaast houdt het tijdsverloop volgen